Boodschapper Van der Mey

Home / Bronnen / Boodschapper Van der Mey    |    Terug
Boodschapper Van der Mey
   
   
 
 
 
 
Transcriptie
Eersame mijn besondere goede heeren. Nae alle vriendelicke salutatie zoe zal u Edele believen toe weeten hoe dat Maerten Pietersz., die over langhe tijt uut Alcmaer ghe- comen is, weder om veel diversche reysen gedaen heeft om weder binnen Alcmaer te comen.Zoe heeft hij dat selfde niet konen becomen om dat selfde te volbrengen overmits dat hij niet kan suemmen, zoe heeft hij dat selfde moeten laten. Soe en heb ick niet konen laten om an u Edele te schrijven overmits dat Maerten zekere missciven van zijn Furstliche Genade, Diedrich Sonoy ende die heere Van der A an u Edele hadden, ende die selfde briefven heeft hij van hem gewirpen zoe als hij zeydt dat hij in een sloet op die Achtermeer was geraeckt dat hij meende verdroncken te hebben, ende was al deur die sciltwacht gecomen, zoe dat die perykel al gheleden was van die vijandt, soe dat wij ons niet genoich conen verwonderen van die grote slechticheyt die daer in gepleecht is, want alzoe dat selfde met grote zorge is, dat die vijandt die briefven gecregen sal hebben, want hij weet niet te seggen waer dat hij die selfde van hem heeft gewirpen. Voerts zoe sende ick u Edele die copie uut die brieff, ofte messcive van die Prince zijn Furstliche Genade, die Maerten Pietersz. verloren heeft daer ick copie af hilde of daer eenighe foute mochte comen zoe alst nu gebuert is, dat wij altijt copie over soude moghen zenden an u Edele, dan van die ander briefven heb ick gheen copie af, dan Joncheer Diedrich Snonoy is dat zelfde ghe- schreven hoe dat daer ghevaren is ende men heer Van der A die is met mijn broeder Aelbert noch tot Delft bij zijn Furstliche Genade die wij alle daghen verwachtende zijn. Zoe hoepen wij in God belieft u Edele van als over te schrijven.

Boodschapper Van der Mey

Op 28 september 1573, het Beleg van Alkmaar was in volle gang, schreef dijkgraaf Cornelis Jansz van der Nijenburch een brief aan de bestuurders van Alkmaar. De brief bevat een waarschuwing. Boodschapper Maerten Pietersz. van der Mey had belangrijke brieven bij zich, maar was die net ten zuiden van de stad verloren. Er bestond een grote kans dat de Spanjaarden de brieven in handen hadden gekregen.   

In de brief vertelde Van der Nijenburch dat Van der Mey een lange tocht achter de rug had. Met brieven van Willem van Oranje, Diederick Sonoy en Philips van der Aa, was hij op weg terug naar Alkmaar. Hij was al een heel eind gekomen, de Spaanse schildwacht had Van der Mey al gepasseerd, maar in de Achtermeer kwam hij in de problemen.  

De boodschapper, die niet kon zwemmen, was in een sloot gevallen en raakte in paniek. In zijn angst om te verdrinken was hij de belangrijke brieven verloren. Omdat Van der Mey niet precies meer wist waar het was gebeurd, konden de brieven niet teruggevonden worden. Van de brief van Willem van Oranje was gelukkig een kopie gemaakt, die werd opnieuw verzonden.  

Van der Mey wordt ook vaak aangeduid als de bezorger van de polsstokbriefjes. Het is niet zeker of deze brieven echt door hem zijn bezorgd. Door deze brief aan het stadsbestuur van ALkmaar weten we wel dat hij berichten heen en weer heeft gebracht.  

Bij de Grote Kerk in Alkmaar een standbeeld van Maerten Pieterszoon van der Mey. Hij ligt in de kerk begraven.


 

Maker: Cornelis Jansz. van der Nijenburch
Datering: 28 September 1573
Collectie: RAA-10.1.1.001
Nummer: 2076, volgnummer 92, scan 403
Link: https://www.regionaalarchiefalkmaar.nl/collecties/archieven/archieven-2/scans/NL-AmrRAA-10.1.1.001/2.13.1.2/start/400/limit/50/highlight/3
Heb je een opmerking of vraag over deze bron? Of een suggestie voor een nieuwe bron, onderwerp of thema? Laat het ons weten via educatie@archiefalkmaar.nl.

Geschiedenislokaal Regionaal Archief

Boodschapper Van der Mey

Tijdvak: Tijd van ontdekkers en hervormers (1500-1600)


Omschrijving

Boodschapper Van der Mey

Op 28 september 1573, het Beleg van Alkmaar was in volle gang, schreef dijkgraaf Cornelis Jansz van der Nijenburch een brief aan de bestuurders van Alkmaar. De brief bevat een waarschuwing. Boodschapper Maerten Pietersz. van der Mey had belangrijke brieven bij zich, maar was die net ten zuiden van de stad verloren. Er bestond een grote kans dat de Spanjaarden de brieven in handen hadden gekregen.   

In de brief vertelde Van der Nijenburch dat Van der Mey een lange tocht achter de rug had. Met brieven van Willem van Oranje, Diederick Sonoy en Philips van der Aa, was hij op weg terug naar Alkmaar. Hij was al een heel eind gekomen, de Spaanse schildwacht had Van der Mey al gepasseerd, maar in de Achtermeer kwam hij in de problemen.  

De boodschapper, die niet kon zwemmen, was in een sloot gevallen en raakte in paniek. In zijn angst om te verdrinken was hij de belangrijke brieven verloren. Omdat Van der Mey niet precies meer wist waar het was gebeurd, konden de brieven niet teruggevonden worden. Van de brief van Willem van Oranje was gelukkig een kopie gemaakt, die werd opnieuw verzonden.  

Van der Mey wordt ook vaak aangeduid als de bezorger van de polsstokbriefjes. Het is niet zeker of deze brieven echt door hem zijn bezorgd. Door deze brief aan het stadsbestuur van ALkmaar weten we wel dat hij berichten heen en weer heeft gebracht.  

Bij de Grote Kerk in Alkmaar een standbeeld van Maerten Pieterszoon van der Mey. Hij ligt in de kerk begraven.


 

Maker: Cornelis Jansz. van der Nijenburch
Datering: 28 September 1573
Collectie: RAA-10.1.1.001
Nummer: 2076, volgnummer 92, scan 403
Link: https://www.regionaalarchiefalkmaar.nl/collecties/archieven/archieven-2/scans/NL-AmrRAA-10.1.1.001/2.13.1.2/start/400/limit/50/highlight/3

Trefwoorden

Alkmaar
communicatie
oorlogsvoering
Spaanse leger
polsstokbrieven
geuzenleider
dijken
Tachtigjarige Oorlog
Maarten Pieterszoon van der Mey
Alkmaars Ontzet
Nederlandse opstand