Ooggetuige van de bangste dag

Home / Bronnen / Ooggetuige van de bangste dag    |    Terug
Ooggetuige van de bangste dag
   
   
 
 
 

Ooggetuige van de bangste dag

Op 18 september 1573 vielen de Spanjaarden Alkmaar aan. Die dag wordt wel de ‘bangste dag’ genoemd. Hoe de aanval verliep is te lezen in dit ooggetuigenverslag. Het is geschreven door Nanning van Foreest, een voorname Alkmaarse stadsbestuurder. Nanning stond overdag tussen de Alkmaarders op de muren. ’s Avonds schreef hij steeds op wat er die dag gebeurd was.

Die 18de september begonnen Spaanse kanonnen Alkmaar ’s morgens van verschillende kanten te beschieten. De meeste kanonnen stonden bij de Friese Poort en de Rode Toren, aan de noordoostkant van de stad. In de loop van de middag bestormden de Spanjaarden de stad. Bij de Friese Poort en de Rode Toren probeerden ze Alkmaar binnen te komen. De Alkmaarders verdedigden de stad fel. Ook vrouwen en kinderen hielpen mee – ‘seer vyerich’, schrijft Nanning: zeer vurig. In deze passage is te lezen dat ze van alles naar de muren brachten, waarmee de soldaten en andere mannen de Spaanse aanvallers konden bestoken. Met pek en vet bestreken hoepels bijvoorbeeld, die in brand werden gestoken. En kokend water, en stenen. Sommige jongens gooiden ook zelf kiezelstenen en brandende hoepels naar de Spanjaarden. En Nanning van Foreest hoorde soldaten zeggen dat ze zonder de hulp van de vrouwen vast voor de vijand hadden moeten wijken.

De Spanjaarden vielen drie keer aan. Een paar Spaanse vaandeldragers wisten zelfs boven op stadsmuren te komen. Maar steeds dreven de Alkmaarders ze terug. Om zeven uur ’s avonds staakte het Spaanse leger de bestorming. Volgens Nanning waren er tijdens de aanval aan Alkmaarse kant 24 soldaten en dertien burgers omgekomen. Er zouden meer dan vijfhonderd Spaanse doden zijn.

Al in 1574 verscheen een Latijnse versie van het verslag van Nanning van Foreest in druk. Deze Nederlandse vertaling volgde in of na 1580. Het handgeschreven verslag van Nanning van Foreest is niet bewaard gebleven.

Lees hier de beschrijving van Nanning van Foreest van 18 september 1573, met daarnaast de tekst in modern Nederlands. 

Maker: Nanning van Foreest
Datering: 1580
Collectie: RAA, Bibliotheek
Nummer: 6 A 7 V
Link: https://remote.archiefalkmaar.nl/webopac/LinkToVubis.csp?DataBib=2:2918
Regionaal Archief Alkmaar

Het Regionaal Archief Alkmaar beheert archieven uit een deel van Noord-Holland. De studiezaal is gevestigd aan de Bergerweg 1, 1815 AC Alkmaar. Veel informatie is ook te vinden op de website www.archiefalkmaar.nl. 

Heb je een opmerking of vraag over deze bron? Of een suggestie voor een nieuwe bron, onderwerp of thema? Laat het ons weten via educatie@archiefalkmaar.nl.
  Onderdeel van thema's

Geschiedenislokaal Regionaal Archief

Ooggetuige van de bangste dag

Tijdvak: Tijd van ontdekkers en hervormers (1500-1600)


Omschrijving

Ooggetuige van de bangste dag

Op 18 september 1573 vielen de Spanjaarden Alkmaar aan. Die dag wordt wel de ‘bangste dag’ genoemd. Hoe de aanval verliep is te lezen in dit ooggetuigenverslag. Het is geschreven door Nanning van Foreest, een voorname Alkmaarse stadsbestuurder. Nanning stond overdag tussen de Alkmaarders op de muren. ’s Avonds schreef hij steeds op wat er die dag gebeurd was.

Die 18de september begonnen Spaanse kanonnen Alkmaar ’s morgens van verschillende kanten te beschieten. De meeste kanonnen stonden bij de Friese Poort en de Rode Toren, aan de noordoostkant van de stad. In de loop van de middag bestormden de Spanjaarden de stad. Bij de Friese Poort en de Rode Toren probeerden ze Alkmaar binnen te komen. De Alkmaarders verdedigden de stad fel. Ook vrouwen en kinderen hielpen mee – ‘seer vyerich’, schrijft Nanning: zeer vurig. In deze passage is te lezen dat ze van alles naar de muren brachten, waarmee de soldaten en andere mannen de Spaanse aanvallers konden bestoken. Met pek en vet bestreken hoepels bijvoorbeeld, die in brand werden gestoken. En kokend water, en stenen. Sommige jongens gooiden ook zelf kiezelstenen en brandende hoepels naar de Spanjaarden. En Nanning van Foreest hoorde soldaten zeggen dat ze zonder de hulp van de vrouwen vast voor de vijand hadden moeten wijken.

De Spanjaarden vielen drie keer aan. Een paar Spaanse vaandeldragers wisten zelfs boven op stadsmuren te komen. Maar steeds dreven de Alkmaarders ze terug. Om zeven uur ’s avonds staakte het Spaanse leger de bestorming. Volgens Nanning waren er tijdens de aanval aan Alkmaarse kant 24 soldaten en dertien burgers omgekomen. Er zouden meer dan vijfhonderd Spaanse doden zijn.

Al in 1574 verscheen een Latijnse versie van het verslag van Nanning van Foreest in druk. Deze Nederlandse vertaling volgde in of na 1580. Het handgeschreven verslag van Nanning van Foreest is niet bewaard gebleven.

Lees hier de beschrijving van Nanning van Foreest van 18 september 1573, met daarnaast de tekst in modern Nederlands. 

Maker: Nanning van Foreest
Datering: 1580
Collectie: RAA, Bibliotheek
Nummer: 6 A 7 V
Link: https://remote.archiefalkmaar.nl/webopac/LinkToVubis.csp?DataBib=2:2918

Regionaal Archief Alkmaar

Het Regionaal Archief Alkmaar beheert archieven uit een deel van Noord-Holland. De studiezaal is gevestigd aan de Bergerweg 1, 1815 AC Alkmaar. Veel informatie is ook te vinden op de website www.archiefalkmaar.nl. 

Trefwoorden

Alkmaar
oorlogsvoering
ooggetuigenverslag
Spaanse leger
Beleg van Alkmaar
Tachtigjarige Oorlog
Nederlandse opstand
Bangste dag