De onthoofding van de graven van Egmond en Horne

Home / Bronnen / De onthoofding van de graven van Egmond en Horne    |    Terug

De onthoofding van de graven van Egmond en Horne

Midden op de Grote Markt in Brussel zwaait de beul met zijn zwaard. Voor hem knielt de graaf van Horne. Hij is, samen met de graaf van Egmond, ter dood veroordeeld. Het vonnis van de graaf van Egmond is op deze gravure al voltrokken. Hij ligt links op het schavot, met een doek over zich heen. De afbeelding maakt deel uit van een reeks historische prenten over de Tachtigjarige Oorlog, gemaakt door Frans Hogenberg.

Voordat de opstand in 1568 in de Nederlanden uitbrak, waren er al spanningen tussen edelen in de Nederlanden en het Spaanse gezag. De graven van Egmond en Horne waren in opstand gekomen omdat de macht in de Nederlanden onder de Spaanse landsheer Filips II steeds meer centraal geregeld werd. De hoge edelen in de Nederlanden moesten een deel van hun macht inleveren. Toen zij ook nog Antoine Perrenot de Granvelle, iemand zonder adellijke titels, boven zich moesten dulden, was het kookpunt bereikt. Granvelle was in 1561 benoemd tot kardinaal van Mechelen en bouwde als vertrouweling van Filips II een sterke machtspositie op in Brussel.   

De graven van Egmond en Horne schreven daarom samen met Willem van Oranje brieven naar Filips II met het verzoek om Granvelle te ontslaan. Samen vormden zij de Liga tegen Granvelle. De situatie verslechterde zo dat Filips II uiteindelijk besloot om Granvelle weg te halen uit de Nederlanden.

Het protest van de edelen bleef niet onbestraft. De graven van Egmond en Horne werden op 9 september 1567 opgepakt. Willem van Oranje was op dat moment al in een veilige plaats. Omdat beide graven katholiek waren en trouw hadden gezworen aan Filips II, bleven zij gerust op een goede afloop. Maar het liep anders. De hertog van Alva, landvoogd van de Nederlanden, besloot dat er een vergelding moest komen voor het Spaanse verlies van de slag bij Heiligerlee. Twee weken later werden de graven van Egmond en Horne beschuldigd van majesteitsschennis en hoogverraad en op 5 juni 1568 op de Grote Markt in Brussel onthoofd.  

Maker: Frans Hogenberg
Datering: 1568 / 1570
Collectie: Rijksmuseum Amsterdam
Nummer: RP-P-OB-78.463
Link: http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.441085
Rijksmuseum
Heb je een opmerking of vraag over deze bron? Of een suggestie voor een nieuwe bron, onderwerp of thema? Laat het ons weten via educatie@archiefalkmaar.nl.

Geschiedenislokaal Regionaal Archief

De onthoofding van de graven van Egmond en Horne

Tijdvak: Tijd van ontdekkers en hervormers (1500-1600)


Omschrijving

De onthoofding van de graven van Egmond en Horne

Midden op de Grote Markt in Brussel zwaait de beul met zijn zwaard. Voor hem knielt de graaf van Horne. Hij is, samen met de graaf van Egmond, ter dood veroordeeld. Het vonnis van de graaf van Egmond is op deze gravure al voltrokken. Hij ligt links op het schavot, met een doek over zich heen. De afbeelding maakt deel uit van een reeks historische prenten over de Tachtigjarige Oorlog, gemaakt door Frans Hogenberg.

Voordat de opstand in 1568 in de Nederlanden uitbrak, waren er al spanningen tussen edelen in de Nederlanden en het Spaanse gezag. De graven van Egmond en Horne waren in opstand gekomen omdat de macht in de Nederlanden onder de Spaanse landsheer Filips II steeds meer centraal geregeld werd. De hoge edelen in de Nederlanden moesten een deel van hun macht inleveren. Toen zij ook nog Antoine Perrenot de Granvelle, iemand zonder adellijke titels, boven zich moesten dulden, was het kookpunt bereikt. Granvelle was in 1561 benoemd tot kardinaal van Mechelen en bouwde als vertrouweling van Filips II een sterke machtspositie op in Brussel.   

De graven van Egmond en Horne schreven daarom samen met Willem van Oranje brieven naar Filips II met het verzoek om Granvelle te ontslaan. Samen vormden zij de Liga tegen Granvelle. De situatie verslechterde zo dat Filips II uiteindelijk besloot om Granvelle weg te halen uit de Nederlanden.

Het protest van de edelen bleef niet onbestraft. De graven van Egmond en Horne werden op 9 september 1567 opgepakt. Willem van Oranje was op dat moment al in een veilige plaats. Omdat beide graven katholiek waren en trouw hadden gezworen aan Filips II, bleven zij gerust op een goede afloop. Maar het liep anders. De hertog van Alva, landvoogd van de Nederlanden, besloot dat er een vergelding moest komen voor het Spaanse verlies van de slag bij Heiligerlee. Twee weken later werden de graven van Egmond en Horne beschuldigd van majesteitsschennis en hoogverraad en op 5 juni 1568 op de Grote Markt in Brussel onthoofd.  

Maker: Frans Hogenberg
Datering: 1568 / 1570
Collectie: Rijksmuseum Amsterdam
Nummer: RP-P-OB-78.463
Link: http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.441085

Rijksmuseum

Trefwoorden

centralisatie
Willem van Oranje
Tachtigjarige Oorlog
Hertog van Alva
Nederlandse opstand
Straffen
Brussel